Marokkaanse tapijten
Beni Ourain, Azilal, Boucherouite, kelim: hoe je ze herkent, nagaat of ze echt zijn, de maat kiest en ze dertig jaar goed houdt.
Een handgeknoopt wollen tapijt uit de Atlas vraagt weken werk en gaat langer mee dan de meeste meubels. In winkels worden de namen losjes gebruikt, dus het helpt als je weet waar je naar kijkt.
In het kort
- Draai het tapijt om: bij een handgeknoopt tapijt zie je elke knoop, een beetje onregelmatig, en het patroon is even duidelijk als aan de voorkant.
- De franjes van een echt tapijt zijn het uiteinde van zijn eigen draden. Franjes die er achteraf aan zijn genaaid, zijn een waarschuwing.
- Nieuwe wollen tapijten pluizen een paar maanden. Dat is normaal en het houdt op.
- Stofzuig zonder de draaiende borstel, draai het tapijt twee keer per jaar en stop het nooit in een wasmachine.
De grote families
- Beni Ourain
- Midden-Atlas. Dikke, crèmekleurige wol met donkerbruine of zwarte ruiten en lijnen. Een diepe, zachte pool, gemaakt voor koude winters.
- Azilal
- Hoge Atlas. Crèmekleurige ondergrond met gekleurde motieven uit de vrije hand. Dunner dan een Beni Ourain; elk tapijt is anders.
- Boujad
- Uit de vlakten rond Boujad. Rood, roze en oranje, tinten die met de jaren zacht verbleken.
- Beni Mguild
- Midden-Atlas. Dichte pool in diep rood, paars en blauw; zwaar en warm.
- Mrirt
- Uit de streek van Khénifra. Zeer dichte, zijdeachtige wol; een van de duurste nieuwe tapijten.
- Taznakht
- Ten zuiden van de Hoge Atlas. Saffraangeel, rood en zwart; vlakweefsel, borduurwerk en pool worden vaak in één stuk gecombineerd.
- Zanafi
- Zwart-wit vlakweefsel met fijne strepen en ruiten. Licht, goed voor hallen en keukens.
- Kelim (hanbel)
- Vlak geweven, zonder pool. Licht, omkeerbaar, makkelijk uit te schudden; een goed eerste tapijt en een mooi wandkleed.
- Boucherouite
- Thuis gemaakt van repen hergebruikte stof. Kleurrijk en goedkoop; het is geen wol.
- Tapijt van Rabat
- Een stadstapijt, fijn geknoopt, met een rood veld, een medaillon in het midden en randen: het statige tapijt van oude huizen.
Een tapijt controleren voor je betaalt
- Bekijk de achterkant. Handgemaakte knopen zijn ongelijk. Een machinale achterkant is perfect regelmatig, vaak met een stijf gaas of een opgelijmde doek.
- Kijk waar de franjes beginnen: ze moeten uit het tapijt zelf komen.
- Ruik en voel. Wol ruikt licht naar schaap en voelt een beetje vettig aan. Acryl glanst, is licht en piept onder de vingers.
- Vraag of je één losse vezel mag verbranden. Wol ruikt naar verbrand haar en dooft vanzelf; synthetische vezel smelt tot een hard bolletje.
- Meet het zelf op. Handgemaakte tapijten zijn nooit precies rechthoekig; een verschil van 3 tot 5 cm tussen het ene uiteinde en het andere is gewoon.
- Wrijf met een vochtige witte doek over een donker stuk. Kleur op de doek betekent dat de kleurstof zal uitlopen.
- Vraag waar het is geweven en of het nieuw of oud is. Een eerlijke verkoper antwoordt zonder aarzelen.
Welke maat
- Bij een sofa en fauteuils
- Groot genoeg om de voorpoten van elk zitmeubel erop te laten rusten: meestal 200 x 300 cm in een gewone woonkamer.
- In een Marokkaanse salon
- Laat 20 tot 30 cm vloer zichtbaar tussen het tapijt en de banken.
- Onder een eettafel
- De maat van de tafel plus 60 cm aan elke kant, zodat de stoelen op het tapijt blijven als je ze achteruitschuift.
- Slaapkamer
- Eén groot tapijt onder de onderste twee derde van het bed, of een loper van 80 x 200 cm aan elke kant.
- Hal
- Een loper die aan elke kant 10 tot 15 cm vloer vrijlaat.
Dagelijks onderhoud
- Stofzuig één keer per week, alleen met zuigkracht. Een draaiende borstel trekt de wol eruit.
- Draai het tapijt om de zes maanden een halve slag, zodat slijtage en zonlicht gelijk verdeeld raken.
- Leg er een antislipmat onder: die beschermt de knopen en voorkomt valpartijen.
- Gemorst: dep meteen met een witte doek, van de rand naar het midden. Niet wrijven.
- Gebruik daarna koud water met een beetje milde zeep of witte azijn, dep opnieuw en laat plat drogen.
- Lucht het tapijt buiten op een droge dag, in de schaduw. Felle zon doet natuurlijke kleurstoffen verbleken.
- Een volledige wasbeurt om de twee of drie jaar: door een tapijtreiniger, of buiten in de zomer met koud water, milde zeep en een zachte borstel in de richting van de pool, daarna lang spoelen en enkele dagen plat laten drogen.
Motten en opbergen
- Motten leggen hun eitjes in donkere wol die met rust wordt gelaten: onder bedden en meubels. Stofzuig ook daar, en twee keer per jaar de achterkant van het tapijt.
- Laat een tapijt reinigen voor je het opbergt. Motten komen eerst af op vuil en etensvlekken.
- Rol het op, vouw het nooit, met de pool naar binnen, en wikkel het in een katoenen laken. Plastic houdt vocht vast.
- Leg er cederhout of lavendel bij en controleer om de paar maanden.
- Een klein tapijt met motten kun je in een zak afsluiten en minstens drie dagen in een diepvriezer leggen. Stofzuig het daarna goed.
Fouten om te vermijden
- Alleen op de naam afgaan bij het kopen. Een tapijt in Beni Ourain-stijl is geen Beni Ourain.
- Een tapijt dat te klein is voor de kamer: de kamer lijkt er kleiner door.
- Stoomreinigers, wasmachines en bleekwater.
- Een tapijt in plastic in een kelder bewaren.
- Vertrouwen op een echtheidscertificaat dat de winkel zelf heeft gedrukt. Kijk liever naar de achterkant van het tapijt.